Welkom bij de Troefcall sportbond Nederland

 

Het behoeft geen betoog dat onze sport in groot Nederland zich nog in de kinderschoenen bevindt. Desalniettemin moeten wij de plek voor deze sport in de samenleving blijven opeisen. Ik beweer niet dat het niet gebeurt maar het moet veel dwingender. De verenigingen moeten in hun steden de sport meer promoten. Een goede tip is om sponsors te werven en zo de contributie voor de leden laag houden.

Toen in 1986 het idee bij de heer Iwan Reid en de zijnen post vatte om een troefcallclub te beginnen waren ze met achttien leden. Nu twintig jaar later beoefenen ruim driehonderd mensen georganiseerd deze sport. Dan hoor ik terstond niet ingewijdenen zeggen dat de groei te traag gaat. Helemaal ongelijk hebben zij niet maar dit is goed uit te leggen. In het begin heeft deze sport zich alleen in Amsterdam ontwikkeld terwijl het overal in het land wordt gespeeld onder Surinamers.
Wij hebben geprobeerd om in Zaandam, Maarsenbroek, Zwijndrecht en Den Bosch troefcallclubs op te zetten. Dit hebben wij gedaan door meermalen gehoor te geven en te stimuleren dat de troefcallcaravaan bij al deze plaatsen neerstreek. Van Zwijndrecht en Den Bosch kan je nog als excuus aanvoeren dat het logistiek (nog) niet haalbaar is om deel te nemen aan de competitie; maar voor Zaandam en Maarsenbroek hebben wij geen reden kunnen vinden waarom er nog steeds geen clubs zijn gevormd. Moeten de echte leiders in deze plaatsen niet opstaan?

Het is pas in 1996 van gekomen dat er in Amsterdam een Regionaal Troefcall Bond van de grond kwam die een competitie voor de verenigingen in Amsterdam organiseerde. Amsterdam telde toen vijf grote verenigingen t.w. Jepi Makandra, TC Bolletrie, TC Prasoro, TC Safri (bestaat niet meer) en TC Sipa (thans Stanvaste). Deze verenigingen speelden jaar in jaar uit in de competitie die toen met twaalf- tegen twaalf koppels werd gespeeld. Een enorme drukte waarbij de thuispelende clubs hun voordeel mee deden. Maar al gauw begon men “het rondje rondom de kerk” monotoon te vinden en daalde bij sommigen de motivatie behoorlijk.

Het bestuur van de bond heeft er alles aangedaan om in de regio meerdere clubs bij te krijgen maar door de enorm hoge drempel die er toen bestond is het niet gelukt. V.b. Een vereniging zou pas kunnen meedoen als zij meer dan dertig leden had. Wij beseften dan ook dat er iets moest gebeuren om nieuwe clubs er bij te krijgen enom de zo op de proef gestelde motivatie niet verder te doen afnemen.

Pas toen het bestuur van de RTBN in 2000 er een landelijke bond van maakte en de drempel van de competitie verlaagde naar 7- tegen 7 koppels zijn wij gekomen tot wat wij vandaag aan de dag hebben. Den Haag, Rotterdam en Almere hebben wij thans met trots bij. Amsterdam telt nu zes-, Den Haag drie- en Rotterdam twee verenigingen. Met TCCA erbij resulteren er twaalf clubs onder de paraplu van de TSBN. We zullen blijven streven dat de tweede stad van Nederland meer clubs uit de grond stampt. Het is dus aan een ieder die deze sport een warm hart toedraagt om dit streven gestalte te helpen geven.